|
In 1922 wordt Edouard Fenal, die ook al eigenaar is van de aardewerkfabriek in Badonviller, eigenaar van fabrieken van Saint-Clément en Lunéville. Hij richt het Atelier d'Art de Lunéville op, waar Lachenal, Bussière en Majorelle zullen werken. De beeldhouwers Charles Lemanceau en Geo Condé voegen zich bij de pottenbakkers Joseph en Pierre Mougin en creëren Art Nouveau en Art Déco aardewerk. Gelijktijdig wordt de traditionele productie voortgezet. Tegenwoordig is Saint-Clément de enige nog actieve plateelfabriek. Zelfs nu de techniek van de handgeverfde versieringen niet meer bestaat worden de succesvolle decors nog steeds toegepast.
Tegenwoordig is de fabriek ondergebracht in de Sarreguemines-groep en werken er 130 personen.
Sinds 1968 wordt in deze fabriek Lunéville aardewerk gemaakt onder de naam "K.G. Lunéville".
In de 18e eeuw richt Saint-Clément zich op het produceren van huishoudelijke artikelen van gewoon aardewerk, luxe-artikelen en siervoorwerpen van fijn aardewerk (ook wel "terre de pipe" genoemd). Tussen het eerste kwart van de 19e eeuw en 1892 worden er zowel courante gebruiksartikelen van gewoon aardewerk en fijn aardewerk geproduceerd als sierobjecten van grand en petit feu (Emile Gallé).
In de tweede helft van de 19e eeuw kopieert de fabriek van Saint-Clément Lodewijk XV voorwerpen, waaronder enkele met zeer onnatuurlijke vormen, waarbij geprobeerd is de veelkleurige decors van Straatsburg te imiteren.
Na 1920 bestaat de productie uit serviesgoed en huishoudelijke artikelen van fijn aardewerk (met vaak oudere decoraties) en decoratieve voorwerpen (dieren) in craquelé aardewerk (omstreeks 1925, 1930). De productie van barbotine wordt tot aan 1930 voortgezet.
|